by

Interview Sakura-leden 2006

Liefde in oorlogstijd

‘Sakura is kersenbloesem. De bloei van een kersenbloesem is kort maar mooi. Daarom is de naam gekozen: de bloei is symbolisch voor de relatie tussen de ouders.’

Aan het woord zijn Claudine Meijer, Annette C. en Joke Stephan, resp. secretaris en leden van de Stichting Sakura.

Lotgenoten.

De belangrijkste doelstelling van Sakura is om te fungeren als contactorgaan voor de nakomelingen van een Japanse vader en Indische of Hollandse moeders, geboren tussen 1940 en 1948. De stichting opereert internationaal want de nakomelingen zijn over de hele wereld verspreid. De Nederlandse leden wonen te ver van elkaar voor regelmatig contact. Er is een regio-indeling gemaakt. Er vindt een jaarlijkse, landelijke bijeenkomst plaats en binnen de regio’s is er egelmatig contact. Claudine, Annette en Joke maken deel uit van Sakura in de Randstadregio. Sakura zet zich ook in voor de direct belanghebbenden van de nakomelingen zoals partners, kinderen en vrienden. ‘In de praktijk komt het erop neer, dat lotgenoten van Sakura met elkaar in contact kunnen komen. Verder helpen we onze leden, als ze dat willen, met de zoektocht naar hun vader en hun identiteit. Zo’n 15 jaar geleden ontmoette een aantal lotgenoten elkaar. Ze verenigden zich en zo ontstond 11 jaar geleden de Stichting Sakura’, legt Claudine uit.

Oorlog.

Claudine, Annette en Joke hebben een Indische moeder en een Japanse vader en zijn verwekt in oorlogstijd. ‘Van onze Japanse vaders weten de meesten van ons weinig. Ze werden in oorlogstijd uitgezonden,’ vertelt Claudine. ‘Onze vaders werden in Indië gestationeerd. In die extreme tijd ontstond er soms een relatie waaruit een kind geboren werd. Maar een relatie tussen een Japanse man en een Indische vrouw was verboden. Na de nederlaag vertrokken de Japanse strijdkrachten naar hun vaderland. Ze hadden de plicht om hun land weer op te bouwen. Sommigen wisten niet eens dat er een kind geboren werd of opkomst was.’ ‘Joke vult aan: Onze moeders werden door hun eigen familie met de nek aangekeken, maar ook door anderen. Ze heulden immers met de vijand. Waarom een vrouw die relatie aanging, is niet in een zin uit te leggen. Soms was er sprake van dwang, soms was er sprake van liefde en soms gebeurde het uit lijfsbehoud. Voor iedere vrouw was de beweegreden anders. De schaamte en het schuldgevoel waarmee ze verder moest, zorgde er dikwijls voor, dat ze haar verleden doodzweeg. De vrouwen waren bijna allemaal erg jong toen de relatie ontstond. Later trouwden ze en kwamen ze naar Nederland om een nieuw leven te beginnen.’

Complex

Het levensverhaal en de complexiteit van de emoties van Claudine, Joke en Annette laten zich niet in de korte bewoordingen vertellen. Omwille van het interview proberen ze het.

Annette vertelt: ‘ Joke en ik kwamen op jonge leeftijd met onze moeders uit Indië naar Nederland. Onze moeders trouwden, de mijne in Indonesië en Joke’s moeder in Nederland. Er werden nog meer kinderen geboren. Je weet dat je anders bent, op jonge leeftijd al. Anders dan je broers of zussen maar als klein kind weet je niet waarom. Je merkt ook dat familieleden je moeder ook anders behandelen. Naarmate je ouder wordt, ga je er iets meer van begrijpen. Maar pas jaren later, toen mijn eigen kinderen groot waren, kwam er ruimte in mijn leven om te gaan  nadenken en vragen te stellen. Mijn moeder vertelde me pas over mijn afkomst toen ik de vijftig al gepasseerd was. Het weinige, dat er te vertellen viel. Ik weet niets van mijn vader, dan dat hij een zachtaardige man was, waar mijn moeder veel om gaf. Het was moeilijk om mijn moeder niet te veroordelen om haar zwijgen tegenover mij. Er kwamen zoveel emoties los. Begrijpen doe ik het nog niet helemaal, maar vergeven heb ik haar wel.’ Claudine kwam pas op haar 17e uit Indië nar Nederland. Ze herinnert zich een fijne jeugd. Ook zij weet niet veel van haar vader. ‘Mijn moeder heeft me een aantal dingen verteld. Maar het is duidelijk, dat het ophalen van die herinneringen haar pijn doet. Ik heb het laten rusten. Maar net als Joke en Annette zoek ik hem nog altijd. In Japan heeft Sakura een contactpersoon  die speurwerk verricht. Dat is een moeizaam proces. Vaak is er wel een achternaam bekend, maar is het niet duidelijk of die in de Japanse taal ook zo geschreven wordt. Bovendien zijn de Japanse registers en archieven nog altijd niet openbaar toegankelijk.’ Ook Joke herinnert zich een prettige jeugd.’Maar dan heb ik het over de tijd dat mijn moeder trouwde. Ik werd volkomen geaccepteerd door mijn stiefvader. Dat geldt helaas lang niet voor alle lotgenoten. Na aankomst in Nederland werden mijn moeder en ik van elkaar gescheiden. Ik heb drie jaar in een kindertehuis gezeten. Dat was een verschrikkelijke tijd. Mijn moeder had wat herinneringen aan mijn vader bewaard. Die werden achter slot en grendel opgeborgen. Mijn nieuwsgierigheid werd op zeker moment zo groot, dat ik in haar spullen ging neuzen. Toen moest ze wel vertellen.’

Plezier.

‘Bij velen van ons leeft of leefde een minderwaardigheidsgevoel. Een inferieur mens met een afkomst die geheim moest blijven,’ vervolgt Joke. ‘Ik loop er nog niet mee te koop. Niet uit schaamte. Mar omdat het zo’n ingewikkeld verhaal is waarbij veel gevoelens een rol spelen.

Je kunt het niet zomaar uitleggen en dat doe ik dan ook niet. Wanneer je niet het hele verhaal kent, krijg je een vertekend beeld. Mijn dierbaren weten het en dat is genoeg. We geven het ‘lijden’ niet aan de tweede generatie, onze kinderen, door. We hebben ze wel verteld over onze geschiedenis en onze identiteit. Want daar zijn we trots op.’ ‘De Japanse regering heeft een uitwisselingsprogramma opgezet. Mensen die, op welke wijze dan ook, geleden hebben onder de Japanse bezetting, kunnen kosteloos een bezoek brengen aan Japan. Sakura noemt het verwerkingsreizen. Annette heeft in 2004 Japan bezocht. ‘Een verwarrende ervaring want ik kwam in een vreemde cultuur en sprak de taal niet. En toch voelde het als thuis. Want ik was in het land waar mijn vader vandaan komt, dichterbij hem dus. Het heeft me verrijkt.’

Alle drie hebben ze na jaren een zeker balans in hun emotie gevonden. Het lotgenotencontact via Sakura helpt daarbij. Ze delen  ervaringen en emotie. Aan iemand met dezelfde achtergrond hoeft minder uitgelegd te worden. ‘We zijn getroffen door de oorlog,’ zegt Claudine, ‘maar we zijn geen slachtoffers of getraumatiseerd. Het bepaalt wel een deel van je leven. Ieder mens zoekt immers zijn identiteit. Bij ons is het vinden daarvan moeizamer dan voor de meeste mensen. Maar we hebben met onze gezinnen een fijn bestaan in Nederland opgebouwd. Binnen Sakura zijn we ook gewoon vrienden die over keotjkes en kalfjes met elkaar praten of samen plezier beleven.’

Bruggen

‘Hoewel de Japanse bezetting wat uit de taboesfeer lijkt te komen, blijft het een gevoelig onderwerp,’ zegt Claudine. ‘In Nederland zie je bij de oudere generatie nog altijd haat tegen de Duitsers. De gevoeligheid over de rol van Japan zijn minder aanwezig. Maar er wonen in Nederland veel Indische mensen. Voor hen is het onderwerp Japan veel emotioneler. Zeker wanneer ze in de oorlog in een kamp hebben gezeten. Sakura wil symbolische bruggen bouwen. Dat is een van de redenen waarom we lid zijn van de Federatie Spijkenisse Samen. Daar is van tevoren uitgebreid met de andere leden over gesproken. Bij FSS zijn meerder Indische organisaties aangesloten. Door de dialoog met ze aan te gaan, hopen we het leed te verzachten. Het bestuur van Sakura heeft zich wel eens afgevraagd of we nog wel bestaansrecht hadden. Maar nog altijd sluiten zich nieuwe lotgenoten aan, die op zoek willen gaan naar hun vader. En ook het bruggen bouwen is een taak die nog lang niet afgerond is’, besluit Claudine.

WEEKBLAD SPIJKENISSE

5 september 2006.