by

Met liefde vertrekken

Met liefde vertrekken (Han Gieske)

Vrouwen uit Nederlands-Indië naar Japan (1946) en Japans Indische kinderen

Meer dan 100 Indo-Europese vrouwen huwden op Java na de capitulatie met een Japanner en vertrokken in 1946 met hem (en kinderen) naar Japan. Het boek geeft alles weer wat hierover nu uit Nederlandse en Japanse bronnen bekend is. Onderwerp is verder het jaar van augustus 1945 tot augustus 1946, met het oog op de lotgevallen van de buiten de kampen gebleven Indo-Europese vrouwen op Java, gedurende de strijd om Indonesische onafhankelijkheid en de moorddadige Bersiap. In Soerabaja is dit verhaal verweven met de geschiedenis van een Indische familie van een moeder met zeven dochters en hun kinderen, van wie twee half-Japans. De Indo-Europese vrouwen kwamen uiteindelijk allen naar Nederland. Na verloop van tijd zochten de ‘Japans Indische’ kinderen hier contact met elkaar, en gingen zij op zoek naar Japanse families. Het boek bevat hun geschiedenis en vele verhalen van moeders en kinderen.

Op de komende Tong Tong Fair is dit boek als speciale aanbieding verkrijgbaar op de stand van Van Stockum voor € 14,95 

 

Korte samenvatting

Na de capitulatie kwam op Java een groot aantal Japanse mannen en Indo-Europese vrouwen naar voren die hun relatie wilden omzetten in een (kerkelijk) huwelijk en samen naar Japan wilden vertrekken. Het boek beschrijft –voor het eerst- aan de hand van Nederlandse en Japanse bronnen: de reactie van de Britse en Japanse legerleiding; de rol van Britse officieren en die van de Japanse jezuïet pater Koide en van de R.K. Kerk; de overtocht in vier schepen van meer dan honderd vrouwen; de aankomst, ontvangst en het leven in Japan; en de reactie van de Nederlandse Militaire Missie in Tokio.

Een analyse van het beleid van deze Missie –vóór 1948 en daarna- laat de moeilijke situatie zien in Japan; beschrijft de hulp voor terugkeer naar Nederlands-Indië indien vrouwen dat wilden; de dilemma’s van deze vrouwen; en de vragen die rezen omtrent verlies of behoud van de Nederlandse nationaliteit, met het bijbehorende recht op Nederlandse hulp. Juridisch beslissend voor de nationaliteit van deze, met vijandelijke onderdanen gehuwde, vrouwen was, zo bleek in de loop van 1947, een Koninklijk Besluit dat al in 1943 door de regering in Londen was uitgevaardigd. Deze vrouwen behielden hierdoor, in afwijking van de hoofdregel, hun Nederlandse nationaliteit. Het onderzoek naar dit Besluit toont aan dat de bedoeling ervan –blijkens de bespreking in de Raad van Ministers en de wetsgeschiedenis- een totaal andere was dan na de oorlog is aangenomen.

Persoonlijke verhalen zijn opgenomen van vrouwen die in Japan verbleven; van de Japanse begeleider van een scheepstransport; van een Japanse stafofficier; van pater Koide, van een manager van een opvangcentrum nabij Tokio; en van veteranen die herinneringen ophalen aan de tijd tussen de capitulatie en hun repatriëring.

Vanuit het gezichtspunt van de –buiten de interneringskampen gebleven- Indo-Europese vrouwen gaat het boek in op de periode op Java na augustus 1945, waarin de Britten en Japanners te maken kregen met de snel in kracht toenemende Indonesische strijd om onafhankelijkheid. Beschreven worden de situatie en lotgevallen van de Japanners in die periode, alsmede de Bersiap van moorddadige revolutionaire jongeren in Batavia, Bandoeng en Midden- en Oost Java die tal van Indo-Europese slachtoffers eiste onder wie vele vrouwen en kinderen.

Het verhaal van de gevechten en de Bersiap in Soerabaja is verweven met de geschiedenis van een Indische familie die daar woonde: een moeder met zeven dochters en hun kinderen. Eén van hen was in 1945 acht jaar. Citaten uit diens geschreven herinneringen laten scherp zien hoe hij de Bersiap heeft beleefd. Hij en zijn moeder werden bevrijd door de Britten, een ander deel van de familie werd opgesloten in een republikeins Indonesisch kamp (onder wie de oma, enkele van haar dochters en hun baby’s onder wie Hideko). Ook hiervoor is uit memoires geput.

De moeders met half-Japanse kinderen die op Java achterbleven kwamen uiteindelijk allen naar Nederland. Na verloop van tijd zochten deze ‘Japans Indische’ kinderen contact met elkaar. In 1983 werd een contactgroep gevormd en in 1991 een vereniging (JIN). Het boek beschrijft in het kort de maatschappelijke reacties en de verdere activiteiten, in het bijzonder de ontwikkeling van de zoekacties naar Japanse vaders alsmede de verwerkingsreizen naar Japan (in het kader van een Japans regeringsprogramma).

Door het boek heen zijn vele (tot dusver ook onbekende) verhalen opgenomen van moeders en hun half-Japanse kinderen. Het slothoofdstuk is gewijd aan het verhaal van Chérie die als baby met haar moeder in 1946 naar Japan vertrok, als elfjarige met haar (gescheiden) moeder naar Nederland kwam, hier in 1983 Hideko ontmoette, met wie zij de eerste contactgroep vormde, en die in 1994 een zoektocht ondernam naar haar (biologische) vader. Deze tocht. De tocht die gefilmd werd voor een Japanse tv-documentaire, voerde langs de plekken op Java en Japan uit het verleden van haar moeder en haarzelf .